|
|
|
 |
 |
 |
 |
COSMETISCHE TOEPASSINGEN |
 |
Aloë Vera
|
Aloe Vera is een van de oudste bekende medicinale planten. In het oude Griekenland gebruikten de doktoren de plant in hun recepten, terwijl de oude Egyptenaren de plant niet alleen gebruikten als medicijn maar ook als levenselixer, voor huidverzorging en bij het balsemen. Zij noemden deze plant: "De Plant van Onsterfelijkheid".
Aloë vera (Aloe vera) is een succulente plant met een korte, houtige stam van 30 - 50 cm hoog, die aan de basis uitlopers vormt of zich vertakt. De bladeren staan vaak opeengedrongen. Ze zijn blauwgroen, zeer succulent, 40 - 50 cm lang en aan de basis 7 - 8 cm breed, waarna ze zich versmallen tot een punt. Aan de onderkant zijn de bladeren afgerond en ze hebben aan de randen uit elkaar staande, driehoekige, bleekgroene, hoornachtige tanden.
|
|
|
|
|
De trossige bloeiwijze kan tot 90 cm lang worden. Er bestaan vormen met rode en met gele bloeiwijzen. De jonge, ongeopende bloemen staan naar boven gericht. De oudere bloemen staan met hun cilindrisch-gebogen en vergroeide bloembuizen naar beneden, waardoor de bloeiwijze een piramideachtige vorm krijgt. In de slanke bloembuis zitten zes meeldraden verborgen. Het vruchtbeginsel bestaat uit drie vruchtbladen en groeit uit tot een doosvrucht.
Aloë vera komt waarschijnlijk oorspronkelijk uit het Arabisch Schiereiland. Tegenwoordig komt hij onder andere ook voor in het Middellandse Zeegebied, Indonesië en West-Indië. Op Barbados bevinden zich vele kwekerijen van deze plant. Aloë Vera wordt o.a. in Spanje (Canarische Eilanden), Verenigde Staten en Midden-Amerika geteeld. In de dikke bladeren hebben zich pas na 3 tot 5 jaar de zo bekende krachtige stoffen ontwikkeld. Deze bladeren worden met de hand geteeld en vervolgens wordt het sap van de bladeren ontgonnen.
De plant Aloe vera wordt gebruikt vanwege de geneeskrachtige eigenschappen die aan de plant worden toegeschreven. Het gelachtige sap die zich in de dikke bladeren bevindt, kan gebruikt worden als eerste hulpmiddel bij brandwonden of laxeermiddel. In Azië wordt de plant ook gebruikt in allerhande frisdranken of als theeadditief.
Er zijn meer dan 216 soorten Aloë Vera bekend, maar er is één soort, de Aloë Vera Barbadensis Miller, die de bijzonder hoge hoeveelheid aan stoffen bevat die voor gezondheidstoepassingen bruikbaar zijn.
Een belangrijke stof is Acemannan. Acemannan wordt in alle celmembranen van het lichaam opgeslagen en draagt bij aan de immuunversterkende invloed.
Aangetoond is dat deze stof in het lichaam een stimulerende en activerende invloed heeft.
Naast het hoofdbestanddeel Acemannan bevat Aloë Vera van oorsprong ook: Vitaminen Mucomono- en Mucopolysaccharide Anthrachinonen Mineralen Enzymen Aminozuren Essentiële Vetzuren Saponinen en Ligninen etherische olie
|
|
|
Lavendel
|
Lavendel (Lavandula) is een geslacht van kruiden die terug te vinden zijn in veel tuinen omwille van hun paarse kleur en hun geur. Lavendel wordt ook gekweekt om zijn lavendelolie die geëxtraheerd kan worden uit de paarse bloemen. Deze olie wordt dan verwerkt in zepen als antiseptisch middel, of in parfum's verwerkt die o.a. gebruikt worden in de aromatherapie. Vooral de streek van de Provence staat bekend om de lavendelteelt, meestal gaat het om kruisingen met een hoge concentratie aan etherische oliën zoals de veel aangeplante cultivar L. x intermedia ‘Grosso’. In Nederland en België komt lavendel niet van nature voor.
Op de lavendelvelden in zuid-Frankrijk zult u echte lavendel vrijwel nooit tegen komen. Daar worden L. x intermedia hybrides gekweekt omdat ze meer olie opbrengst per hektare geven. Deze hybrides noemt men in Frankrijk lavandin, lavande is de “gewone” lavendel. Net als eskimo’s verschillende woorden voor sneeuw hebben, hebben de Fransen verschillende termen voor Lavendel. Om de verwarring kompleet te maken zijn ook de oude namen; L. spica L. vera en L. officinalis die tot het begin van deze eeuw door elkaaar werden gebruikt nog steeds in omloop. Soms worden ze alleen maar aan de nieuwe naam geplakt zoals bij L. angustifolia ‘Vera’.
Lavendel is niet gemakkelijk met andere planten te combineren. Daarom worden ze vaak in grote groepen bijelkaar gezet of als heggetjes langs paden geplant. Het probleem is dat lavendel veel meer van zon en droogte houdt dan de meeste andere tuinplanten. Lavendel met Santolina , in Engeland cottonlavender genoemd, kan wat dat betreft prima. Het contrast van de blauwe lavendelbloemen met de gele bloemen van Santolina is groot maar wordt gecompenseerd door het grijze blad. Bij rozen wordt vaak lavendel geplant omdat de lavendel de luizen van de rozen weert. De kleuren van lavendel combineren meestal goed met rozen. De grote mestbehoefte van de rozen is echter niet ideaal voor de lavendel. Rosa ‘Lavender Dream’ is niet lavendelblauw maar het roze van deze kleinbloemkige roos combineert fantastisch met het grijs en blauw van lavendel. Misschien een leuk idee is het om de kleur van een lavendel cultivar te ‘dubbelen’ in een heel ander soort plant, zoals Viola cornuta ‘Belmont Blue’ met ‘Munstead’ of ‘Folgate’. Een mysterieuze combinatie is lavendel met de bijna zwarte Viola ‘Molly Sanderson’. Bij deze combinaties moeten we wel oppassen dat de lavendel niet wordt gesmoord in het blad van de violen. Lavendel blijft dan te lang vochtig en krijgt last van schimmel . Het blauw, roze of wit van lavendel doet het ook goed bij het roodachtige van Origanums zoals ‘Rosenkuppel’. Mijn persoonljke voorkeur is om het koude blauw van Lavendel op te warmen met het terracotta-oranje van Agastache ‘Firebird’ of Verbascum ‘Helen Johnson’. Ook combinaties met Euphorbia, Hemerocallis en Iris kunnen heel succesvol zijn.
|
|
|
|