|
|
|
 |
 |
 |
 |
HONGARIJE |
 |
|
|
Hongarije
Hongarije ligt ingeklemd tussen 7 landen: Slowakije, de Oekraïne, Roemenië, de Federale Joegoslavische Republiek, Kroatië en Slovenië. Hongarije bestaat grotendeels uit een laagvlakte, het zogenaamde Pannonische Bekken. Het is het land van de prachtige klederdrachten, boerenhofsteden, openluchtmusea, volksfestivals en de wijnoogstfeesten. Hongarije biedt de typische Oost-Europese gastvrijheid die in het westen steeds moeilijker te vinden is. Voor een bezoek aan Hongarije is een paspoort of identiteitskaart nodig dat nog tenminste drie maanden geldig is.
Het aantal pinautomaten is zeer snel toegenomen, met name in Boedapest. Creditcards komen steeds meer in gebruik. Deze vorm van betalen wordt in winkels en restaurants echter niet altijd geaccepteerd.
Natuur Hongarije is een land met een enorme verscheidenheid aan landschappen. Van de Grote Laagvlakte in het oosten, met zijn beroemde poesta’s en de kleine dorpjes als kiezelsteentjes uitgestrooid in de glooiende uitgestrektheid van de natuur, tot de woeste bergen en rivieren in het noorden waar u dagenlang kunt lopen mijmeren in de enorme eiken- en beukenbossen.
Van het zachte, in vele tinten groen gekleurde landschap langs de Donau tot het vredig kabbelende heuvelland in het zuidwesten van Hongarije. Hongarije telt 4 grote nationale parken, en 28 beschermde natuurgebieden en natuurreservaten. Het grootste is het Nationaal Park Hortobágy, op zo’n 200 km ten oosten van Budapest. Het werd als eerste nationale park van Hongarije in 1973 geopend. Het heeft veel veen- en moerasgebieden en een groot aantal bossen. Het park is erg belangrijk voor vogels. Zo leven er grote kolonies eenden en wilde ganzen. Kenmerkend voor de Laagvlakte is het bekende witgrijze rund met zijn grote, gedraaide horens. U kunt bepaalde gedeelten van het nationale park onder begeleiding bezoeken, wat zeker de moeite waard is. Ten zuiden van de hoofdstad ligt het Nationaal Park Kiskunság, een prachtig, uitgestrekt gebied waar wilde paarden over de poesta’s draven. Het park beslaat een langgerekt gebied op de linkeroever van de Donau. Kiskunság kent een zeer gevarieerd landschap met vele zand -en graspoesta’s, moerasgebieden, rietvelden en bossen en met vele draslanden is het park het paradijs voor de nationale vogel van Hongarije, de trapgans. Uniek hier zijn de zogenaamde "wandelende duinen", enig in hun soort in Europa. Door de wind die hier voortdurend over de vlakte waait, verplaatsen de duinen van rivierzand zich regelmatig, waardoor u ook telkens andere landschappen voorgeschoteld krijgt. Een volstrekt ander beeld krijgt u in het Nationaal Park Bükk, een uitgestrekt karstlandschap in het noordoosten van Hongarije en één van de mooiste streken van het land. Er bestaan verschillende toeristische wandelroutes door dit nationale park, en het belooft gegarandeerd een magistrale belevenis te worden. Als u er ter plekke nog niet genoeg kunt van krijgen, is er ook nog het Mátra-reservaat in hetzelfde berggebied. Noordelijker, tegen de Slowaakse grens aan, ligt het Nationaal Park Aggtelek. Hier bevinden zich de langste druipsteengrotten van Europa.
Hongarije ligt in Centraal-Europa, in het Karpaten-bekken. Het heeft zeven buurlanden: Slowakije, waarmee het ruim 500 km grens deelt, Oekraïne, Roemenië, Servië, Kroatië, Slovenië en tenslotte Oostenrijk. Het land kan in feite geografisch worden opgedeeld in drie verschillende delen. Er is de Kleine Laagvlakte in het westen van het land, een gevarieerd gebied met groene heuvels, dalen en beboste berghellingen. Ten zuiden daarvan ligt Transdanubië, de meest vruchtbare streek van Hongarije, een heuvelachtig, groen gebied. Tenslotte is er de Grote Laagvlakte, een gebied dat ruim de helft van het land beslaat. Hier vinden we niet alleen de diepzwarte aarde van de akkers –er wordt veel aan landbouw en veeteelt gedaan- maar ook de bekende grassteppen of poesta’s. In het noorden liggen de haast ongerepte bossen tegen de uitlopers van de Karpaten aan, richting Roemenië is het klimaat het droogst en vinden we vele zoutvlaktes. Hoge bergen zijn er niet in Hongarije: de hoogste toppen liggen in de grensstreek met Slowakije, in de gebergten Mátra en Bükk. Het grootste gedeelte van het laaggebergte is bedekt met uitgestrekte bossen. Dit is nog een land waar u ongestoord en onbegrensd van de natuur kunt genieten, van dagenlange trektochten door de bossen tot paardrijden in de poesta, van veengebieden vol vogels in de natuurparken tot een heerlijke boottocht op één van de vele rivieren.
Van water gesproken: de beroemdste rivier is natuurlijk de Donau, de op één na langste rivier van Europa die Hongarije van noord naar zuid doormidden snijdt. Ze komt in het noordwesten het land binnen en stroomt langs de grens met Slowakije vóór ze één van de grote attracties van de hoofdstad Budapest vormt. Daarna stroomt ze pal naar het zuiden en verlaat het land via de grens met Kroatië. Een andere grote rivier is de Tisza, met 579 km de langste rivier van Hongarije. Het grootste meer van het land –en na het Zwitserse Bodenmeer het grootste meer van Europa- is het Balatonmeer, dat zich over bijna 600 km2 uitstrekt. Omdat het zo ondiep is –op vele plaatsen gemiddeld 1,5 meter- ligt de watertemperatuur hoger dan elders, wat één van de verklaringen is voor de grote aantrekkingskracht die het meer op de toeristen uitoefent.
Wie van lange boswandelingen houdt, vindt volop zijn gading in Hongarije. Uitgestrekte eiken- en beukenbossen in overvloed, een garantie voor uren van onbekommerde rust en gezonde lucht. De verre einders vindt u dan weer op de zanderige steppen en in de poesta’s, de grassteppen met de vele paarden en met de csiko’s, de Hongaarse cowboys. In het dunbevolkte noorden van het land, aan de voet van de Karpaten, leven herten, reeën, wilde zwijnen en moeflonschapen. In het Transdanubische centrale middelgebergte vindt u vooral lage heuvels met een ware lappendeken van aantrekkelijke wijngaarden, landbouwgebieden en weiden, door kleine paadjes of karrensporen van elkaar gescheiden. Ideale wandelgebieden zijn er bijvoorbeeld langs de noordelijke oever van het Balatonmeer en het dichtbeboste Bakony-gebergte dat er achter ligt. Het is een landschap dat door zijn slechts lichte hellingen vriendelijk is voor de niet zo getrainde vrijetijdssporter. Bovendien is het een goed bevolkt gebied en vindt u er overal wel een gelegenheid om bij particulieren te logeren, midden in de prachtige natuur. De bergstreek in het noorden en noordoosten van Hongarije is ruiger en onherbergzamer, maar wel een ideaal gebied voor kampeerders. U vindt er prachtige plekjes om uw tenten op te slaan en er is altijd wel een zeer helder beekje of riviertje vlakbij. Als u van fietsen houdt, dan is het aangenaam om weten dat een "landweg" in Hongarije nog altijd een landweg is: rustig, mooi, te midden van de jubelende natuur. Fietsen is in Hongarije de laatste jaren trouwens aan een spectaculaire opgang bezig.
De vlakte van de Midden-Donau is een waar paradijs voor vogels. De kluut is hier kind aan huis, net als vele Noord-Europese trekvogels die hier massaal komen overwinteren. De grote wateroppervlakken van het Balatonmeer en het Velencemeer trekken dan weer grote kolonies witte reigers aan. Ze komen er om te broeden, net als de zwanen, de lepelaars en de aalscholvers en om zich te goed te doen aan het uitgebreide visbestand, natuurlijk: beide meren puilen uit van de karpers, snoeken, meervallen, witvissen en brasems.
klimaat Hongarije heeft een gematigd landklimaat. Het land heeft over het algemeen koude, natte winters en warme zomers. De gemiddelde januari temperatuur ligt rond net onder het vriespunt. De gemiddelde temperatuur in juli ligt rond de 28°C. Hongarije heeft Europees gezien vrij veel zonne-uren, namelijk gemiddeld 2000 uur per jaar. De jaarlijkse gemiddelde neerslag (500 mm per jaar) is vrij laag. De droogste maand is september met een gemiddelde neerslag van 33mm, en is daarom de beste maand om het land te bezoeken. De natste maand is mei met een neerslag van gemiddeld 72 mm. In de winter is het land vaak bedekt met een dik sneeuwtapijt.
Vervoer Dagelijkse vluchten tussen Schiphol en de luchthaven van Boedapest Ferihegy worden onderhouden door KLM en Málev. De vliegtijd is bijna twee uur. De afstand tussen Nederland en Hongarije over de weg bedraagt zo'n 1.350 kilometer. Per auto verloopt de rit het snelst via Keulen, Frankfurt, Passau, Wenen, Györ, Boedapest. Gedurende de vakantieweken in de zomermaanden moet men rekening houden met wachttijden aan de grens tussen Oostenrijk en Hongarije. Door de toetreding van Hongarije tot de EU, in mei 2004, zijn deze wachttijden aanzienlijk verminderd
Boedapest De stad Boeapest vormt de grens tussen het berglandschap in het noorden en de laagvlakte in het zuiden. Boedapest bestaat uit twee delen die gescheiden worden door de Donau. Boeda ligt op de rechterover en Pest op de linkeroever. De Gellértberg, met de citadel, het voormalig koninklijke paleis en de heuvel met de Sint-Mátyáskerk beheerst het stadsbeeld op de rechteroever. Interessant is het grote stadspark in Pest, met in een grote vijver, op een eiland, het zogenaamde Vajdahunyad kasteel, dat dienst doet als museum voor de landbouw. In het stadspark vindt men verder de dierentuin, het stadscircus en een zwembad, het Széchenyi bad, waar het geneeskrachtige water een temperatuur van 74 graden heeft. De oevers van de rivier zijn door zes verkeersbruggen en twee spoorbruggen met elkaar verbonden. Midden in de rivier ligt het Margareten Eiland, een van de mooiste parken van de stad waar veel openluchtteaters te vinden zijn. Veel geld is in Boedapest besteed aan het behoud van kunstwerken uit het verleden. De gebouwen en monumenten die in WO 2 en de opstand van 1956 verwoest of beschadigd werden, zijn voor zover mogelijk weer in de oude stijl gerestaureerd. In de stad bevinden zich ongeveer 20 musea, 2 operagebouwen en vele theaters.
Eger De plaats Eger, ten oosten van Boedapest, is één van de mooiste plaatsen in Hongarije. De kleine stad is meer dan 1000 jaar oud en ligt in een vallei. Eger speelde een belangrijke rol in de oorlog met de Turken. Dit verleden is er nog in veel gewoontes en tradities terug te vinden. Onder andere de beroemde Stierenbloedwijn is door leuke verhalen verwant aan deze tijden. Ook heeft zich in Eger een bijzondere badcultuur, naar Turkse gewoontes, ontwikkeld. De open badhuizen zijn ook in de strenge winters geopend en vormen een geliefde bestemming voor de bevolking.
Siófok De plaats Siófok is de grootste plaats op de zuidoever van het Balatonmeer. In de badplaats is het toerisme de belangrijkste bron van inkomsten. Vooral bij jongeren is dit een zeer populaire bestemming. De discotheken doen er niet onder voor die in Spanje en Italië, maar zijn wel stukken goedkoper. De stad heeft een 15 km lang strand en een groot aantal appartementen en hotels. Er zijn veel leuke kroegjes en terrasjes waar u lekker kunt eten en drinken. In Siófok kunt u verschillende watersporten beoefenen. Varen en waterskiën zijn goede en goedkope opties. Vanuit de haven van Siófok vertrekken de veerdiensten over het Balatonmeer. In de nabije omgeving bevinden zich interessante monumenten en leuke kleine plaatsjes.
Keszthely Keszthely is ongeveer evengroot als de meer bekende stad Siófok. Maar waar Siófok vooral ingesteld is op het uitgaanstoerisme, heerst in Kesztely meer een dorpssfeer. Het gezellige stadje heeft een bijzondere historie wat op veel plekken in de stad terug te vinden is. De stad heeft een aantal musea, waaronder het Balatoni Museum waar het ontstaan van het Balatonmeer uitgelegd wordt. In het Romijns en Middeleeuws Lapidarie vindt u informatie over de beroemde Hongaarse schilder János Halápy. In de spiegelgalerij vinden in het seizoen elke dag concerten plaats. Natuurlijk kunt u in Ketszthely ook heerlijk langs de haven lopen waar de boten aanmeren en de plaatselijke bevolking aan het vissen is. Elk jaar is er eind Juli de Borutca, een wijnboulevard waar de wijnen en culturen uit de regio tentoon worden gesteld.
Balaton foldvar Balatonföldvár is een rustige badplaats met talrijke parken, bloemen en mooie wandelpaden. Vanuit het dorp heeft u een prachtig uitzicht op het tegenover liggende schiereiland Tihany. Balatonföldvár biedt vele stranden, watersportmogelijkheden, talrijke winkels, een openluchttheater, een bioscoop en enkele restaurants. De plaats heeft 1600 inwoners. Het meest bekende in Balatonfoldvar is de beroemde platanenlaan. Balatonföldvár is een voormalige vakantieplaats van overheidspersoneel en vakbondslieden. De grote huizen in het dorp waren van de partijbonzen. Het dorpje beschikt over vele hotels, pensions, kampeerterreinen, strandbaden en veel voorzieningen die garant staan voor een aangename vakantie. Vlak voor de kust ligt het duiveneiland en aan de oever kunt u heerlijk wandelen over de mooie pier met golfbrekers. De jachthaven van Foldvar is een van de grooste van het Balatonmeer. Balatonföldvár biedt u alles wat u van een vakantiebestemming kunt verwachten.
Balaton almadi Balatonalmádi is met 8.000 inwoners een van de grootste badplaatsen aan de noordoever van het Balatonmeer. De stad ligt in de noord-oostelijke punt van het meer en is aan de noord- en westkant door heuvels omgeven, zodat het in het dorp altijd windstil is. Samen met het mediterrane klimaat zorgt dit voor een optimale conditie. De plaatselijke bevolking verbouwd op de heuvels wijn en u bent als gast van harte uitgenodigd om eens een kijkje te nemen. De gevarieerde omgeving, de overblijfselen uit het verleden, de gastvrijheid en het grote aantal recreatiemogelijkheden maakt een verblijf voor toeristen heel speciaal. Hiernaast beschikt Balatonalmadi over verschillende stranden, zodat iedereen aan zijn trekken komt. ´s Avonds, na een dagje strand, kunt u kiezen uit een groot aantal restaurants, cafe'tjes en wijn-caves die u in het dorpje vindt.
|
|
|
|
|